nl-nl
Hoe gebruik ik een webkwestie?

Hoe gebruik ik een webkwestie?

Er zijn 20 verschillende webkwesties. De onderwerpen zijn:

•    Eten en drinken
•    Mijn wijk
•    Transport
•    Sociaal
•    Consumptie

Elk onderwerp bevat 5 webkwesties. Het onderwerp Eten en drinken heeft de webkwesties
-    Waar komt mijn eten vandaan?
-    Wat eet ik?
-    Wie heeft mijn eten gemaakt?
-    Eten mijn vrienden hetzelfde als ik?
-    Hoe is mijn eten verpakt?

Elk onderwerp start met een Situatieschets. Dit is een klein verhaaltje waarin het onderwerp van de webkwesties wordt behandeld.

Elke webkwestie heeft dezelfde opbouw:

•    Inleiding: Een inleiding op de webkwestie, bedoeld om de aandacht van de leerling te trekken.
•    Taak: Korte uitleg wat de leerling gaat doen in deze webkwestie.
•    Activiteiten: Elke webkwestie bestaat uit minstens drie activiteiten. Leerlingen gaan op zoek naar informatie op internet, lezen informatie en verwerken de informatie op verschillende manieren. Dit kan een presentatie, poster, folder of tekening.
Elke webkwestie heeft een activiteit ‘ leren buiten het klaslokaal’. Bij deze activiteiten gaan leerlingen op onderzoek uit in de wijk, thuis of op school.
•    Reflectie: Elke leerling kan bijhouden welke competenties hij bezit door de rubrick te bekijken. Zowel de leerling als de leerkracht vult na het uitvoeren van de webkwestie de rubrick in. Zo heeft de leerling een overzicht welke competenties hij bezit en welke competenties nog beter zouden kunnen worden.
•    Conclusie: In de conclusie wordt kort herhaald wat de leerling in de webkwestie gedaan heeft. Vaak eindigt de conclusie met een vraag die de leerling tot nadenken aanzet, of een suggestie voor een extra activiteit.
•    Docentenhandleiding: In de docentenhandleiding staat alle informatie over de webkwestie. Hier staan vaak ook tips in. Het is raadzaam de docentenhandleiding te lezen voordat u de webkwestie uitvoert.